donderdag 10 januari 2019

Zwembad Kapelstraat en Stalin





Vroeger was zwemles een verplicht nummer. Als je ouders je niet stuurden, dan was er ‘schoolzwemmen’. Niemand ontliep zijn lot. Een ‘naargeestig lot’, dat was het.


Ik leerde begin jaren ’50, als zesjarige, zwemmen in zwembad Kapelstraat te Hilversum. Bij de bouw in 1937 was dat een ultramoderne inrichting, gericht op ‘sportzwemmen’ en ‘genoeglijkheidszwemmen’. Dat laatste heb ik niet ervaren.


Als ik nu naar de foto’s uit die tijd kijk, begrijp ik dat maar al te goed. Met alle ramen ‘getralied’ leek het van buitenaf al op een gevangenis uit de Oostkant van Europa. Het grensde, heel toepasselijk, direct aan het politiebureau. Na binnenkomst via de toegangsdeur, liep je aan tegen een glazen kooi met luikje voor betaling van kaartje of vertoning van je abonnement. De stevige tante in het receptie-aquarium had de uitstraling van iemand die zojuist de inhoud van een asbak had opgegeten.


Via de kleedhokjes bracht mijn moeder mij de eerste keer, als bibberend en angstig jongetje en al door leeftijdsgenoten voorbereid op wat mij te wachten stond, naar de zwemjuffrouw. Het woord ‘klantvriendelijkheid’ moest nog worden uitgevonden. ‘Doen wat ik zeg’. Alle begin vond plaats in het zo genaamde ‘pierenbad’; watergewenning en de eerste onderdompelingen. Als je dit achter de rug had, dan werd het tijd voor de hengel; een martelwerktuig waaraan je angstig in het water werd gehangen. Een ‘kenau’ in witte jas bulderde instructies. Ik was bang voor de verdrinkingsdood. Hetzelfde gebulder klonk later, toen ik  achter een de witte haak van een lange stok de eerste losse schoolslagbewegingen maakte. In deze sfeer behaalde ik mij diploma’s. De dood of de gladiolen.


Ik kwam er overigens nog genadig vanaf, want in dit zwembad was de heerser een beroemde en beruchte zwemtrainer; Jan Stender. Ik zag de huilende arme zielen die hem waren toevertrouwd, nog harder beven dan ik. Wat kon die man schreeuwen! Hij deinsde er niet voor terug zijn onwillige klantjes gewoon in het water te gooien. 


Jan werd de ‘beul van Hilversum’ genoemd en door de zwembond wegens een ‘niet pedagogische aanpak’ afgeserveerd. Maar ik zou hem tekort doen als ik niet zou vermelden dat zijn trainingsmethoden Nederland een reeks zwemkampioenen heeft opgeleverd; bij voorbeeld Nel van Vliet, Geertje Wielema, Mary Kok , Judith de Nijs e.a.Zij kunnen ook alles kunnen vertellen over de goede kanten van deze ‘beul’.  


In deze column staat de ervaring van een kind van zes. De leeftijdsgenoten van nu leren zwemmen met ‘easy swimmethoden’, swimfun’,’personal swimming’ en  ‘knuffelzwemmen’  in al dan niet subtropische zwemparadijzen.


De stalinistische zwemomstandigheden hebben mij gemaakt tot iemand die nog steeds een bloedhekel heeft aan zwemmen.Maar als je mij nu in het water gooit, dan zal ik gewoon wegzwemmen. Ik moet jullie dat echter ten stelligste  ontraden, want ik ben inmiddels een erg groot ‘bommetje’.


zondag 6 januari 2019

Kerstbomen jatten



Vroeger keken we als kinderen uit naar het moment dat de kerstbomen in huizen weer werden afgetuigd. Dat was in de eerste week van het nieuwe jaar. Het regende naalden in de woonkamers en de vrouwen des huizes haalden opgelucht adem als de spar door de openslaande deuren vanuit de huiskamer naar de tuin werd afgevoerd.
Soms werden daar de takken vanaf gesneden om ‘over de bloembollen’ te leggen. Het vroor in die tijd nogal eens streng in de winters.

In de wandelgangen werd door ‘grote jongens’ bepaald op welke dag we ons zouden storten op het ‘kerstbomen jatten’. De nacht ervoor sliep je van opwinding nauwelijks.
We woonden in een buurt met forse rijtjeshuizen. Daarachter lagen brandgangen om met de fiets bij de schuurtjes te komen, te vluchten in geval van brand, of te vrijen als het donker was.
De tuinen waren alle aan de brandgangzijde afgeschermd met een schutting, waarop in die tijd nog geen taal stond. Een stevige deur, ‘poort’ genoemd, verschafte toegang tot de tuin.

De strijd begon. Eerst even springen of klimmen om over de schutting heen te kunnen kijken of de kerstboom al lag te wachten. Voorzichtig de schuttingpoort op een kier, kijken of het veilig was en dan bliksemsnel de tuin in om de boom pakken. Rennen voor je leven. Niet zelden werd je uitgescholden omdat de boom voor de bollen was gereserveerd.Juist die gevallen gaven ons het meeste lol.
Zo werd de hele buurt afgestruind en de hoeveelheid bomen was immens.
In de grensgebieden met andere buurten ontstond verbale of fysieke strijd. Daar stonden twee partijen te trekken aan één boom.

De ouders van de ‘grote jongens’ hadden gevoel voor de kinderpret en gingen akkoord met tijdelijk gebruik van de tuin voor opslag. 
Om vijf uur ’s middags gaf de aanvoerder het signaal van ‘lopen’. Tientallen kinderen, groot en klein, pakten meerdere bomen bij de top en sleepten deze in een bonte rennende stoet met meer dan honderd sparren naar de Hilversumse heide. Daar wachtte een zandplek, ‘het witte zand’ genoemd op de grote stapel, die binnen de kortste keren huishoog  in de fik stond. Jaar na jaar.

De grootste oogst hadden wij in 1954; drie tuinen bomvol. We stonden klaar om ‘de hei’ weer te bestormen. Een politieauto en een gemeenteoplegger reden voor. Een van de bloembollenvrienden uit de buurt had hoogverraad gepleegd. 
De gemeentemannen waren meer dan een uur bezig om onze bomen op te laden. De politie bleef niet wachten. De mannen vergaten één van tuinen en toen ze met de zwaar beladen auto weg reden, renden van alle kanten kinderen toe om nog een flinke portie bomen van de kar te trekken. De Gemeentemannen reden met een glimlach door.
Dat jaar was voor ons het allermooist. Verboden vruchten smaken het lekkerst. En al die jaren is er niets verkeerds gebeurd. Alleen een restant met houtskool moest worden opgeruimd en dat gebeurde netjes. 

Jullie begrijpen nu wel waaraan ik moest denken bij het zien van die kathedraal van pallets op het strand van Scheveningen. Een ‘vreugdevuur’ dat heel Scheveningen opzadelde met schade. 
Geen lol van het stiekeme jatten van een Kerstboom, maar het krijgen en kopen van stapels pallets die er als nieuw uitzien. Is dat nu mooier dan een Kerstboomvuur?

Ik ben er nu te oud voor, maar anders zou er hier in de buurt geen Kerstboom meer veilig zijn.