dinsdag 22 augustus 2017

C&A en geluidsoverlast.

Vroeger, toen onze opa’s en oma’s nog kindertjes waren, was een zeppelin of een ronkend vliegtuig nog een top-attractie. Het motorgeluid klonk als muziek in de oren en je stormde naar buiten om te juichen en met zakdoekje te zwaaien naar dit wereldwonder.

Later, toen die kindertjes ouders waren, had oom Adolf uit Duitsland ons met zijn wereldwondertjes naar binnen gejaagd of zelfs helemaal plat gegooid. Nog weer later werd oom Adolf, oom Gadolf. Onze ouders, achter hun geblindeerde ramen, zaten te luisteren naar de vliegende forten die naar het Oosten vlogen om Gadolf, en ieder die daarbij hoorde, de vernieling in te helpen. Daar gingen de harten sneller van kloppen.

Nog laten mochten zowel de kleinkindertjes als zakenmensen of vakantievierders instappen om mee te vliegen naar alle hoeken en gaten van de wereld. Het hele luchtruim werd gevuld met wereldwonders. Het geruis was niet van de lucht. Dat deed oma’s, opa’s, kinderen en kleinkinderen, zelfs met een platina frequent-flyer-kaart van de KLM op zak, grijpen naar de telefoon om te klagen over geluidshinder,
Ik ben de eerste om iedereen in de directe omgeving van de luchthaven te begrijpen, maar ik heb ook mijn eigen ervaringen.

Ik woonde 13 jaar geleden in Akersloot direct onder de aanvliegroute naar de polderbaan. Daar woonde ook een aantal notoire klagers. Natuurlijk dat ging dat vliegen niet zonder geruis, maar ik vond het leuk om vanaf mijn dakterras de luchtactiviteit te bekijken. Maar zoals het met alles gaat: als je geluid zoekt, dan vind je het.
Mijn vriend Jan zei altijd: ‘Als je je alles aantrekt is CenA te klein’. 

Na dit lange voorspel, mijn onverwachte wending.

Ik zit, terwijl ik dit schrijf, in mijn boot in het uiterste Noorden van Friesland. Drie dagen genieten van het fraaie landschap en de serene rust. In de ‘hel van het Noorden’ is het geweldig in de zomer. Maar……..* 
Met een hoge frequentie wordt hier die serene rust verstoord door de laag vliegende  ‘wereldwonders’  van vliegbasis Leeuwarden. 
Beste mensen, 95%van de Nederlandse bevolking beseft niet hoeveel oorverdovende herrie hier wordt geproduceerd. Ich habe es auch nicht gewusst.
Hierbij vergeleken zijn alle Schiphol-toestellen ‘fluisterboten’.

Ik ben een vliegtuig-mild gestemde en ik vraag mij af hoe bewoners hier, in de hel van het Noorden, dat in hemelsnaam kunnen pikken. Klagen zit niet als eerste in de gedragslijst van de noorderlingen. 
Iedere klager buiten de 30 kilometer van Schiphol gun ik nu een bread-en-breakfast-weekend in Huijum. Zonder oordopjes. Adressen kunnen bij mij worden opgevraagd.

Onze warmte komt uit Groningen en onze veiligheid uit Leeuwarden. De zegen komt hier niet van boven. Landgenoten….. CenA is hier op de voorhand  te klein.

Ik moest dit ff kwijt.



woensdag 8 maart 2017

Het roodkapjesyndroom

Ik heb een nieuw woord geleerd. Het stond gisteren in de krant: ‘het Roodkapjesyndroom’. Het is niets meer en niets minder dan het ‘bang zijn voor wolven’.

Er is weer een dode wolf opgeraapt van de snelweg. Het restant van dit dier wordt wetenschappelijk ontleed om te zien waar het vandaan komt.
In ons land lopen enkele mensen rond die dolblij worden van elke wolf die de grens van Duitsland naar Nederland oversteekt. Zij worden euforisch bij het horen van de voorspelling dat er binnenkort hele roedels van deze enge beesten ons kleine landje gaan binnentrekken.

Ik hoor daar niet bij. Vanaf het begin van het ontstaan, is de aarde doorlopend veranderd en hebben diersoorten zich aangepast aan nieuwe omstandigheden. Daar kan Darwin je alles over vertellen. Ook ‘uitsterven’ was een consequentie daarvan.  Dat kan je proberen te voorkomen, maar dat lukt niet.

In feite zijn er veel diersoorten in ons landje op de vlucht geslagen, als gevolg van het handelen en nalaten van het intelligentste dier van deze aardkloot: de mens. Ons land is overbevolkt en logischerwijs hebben enkele diersoorten hun heil elders gezocht. Dat is goed.
Het weer joviaal begroeten van de ‘grijze engerds’  vind ik ‘niet meer van deze tijd’.
Ik zal het dan ook niet ondersteunen als een werkgroep tot weerkeer van de beer, potten honing aan de grens gaat klaarzetten. Ga dat maar in Canada doen! Je jaagt toch ook geen tijgers meer het centrum van Calcutta in.

Ik, en met mij vele boeren, burgers en buitenlui, zien het niet zitten dat wolven ongestoord ons land weer gaan bezetten. Voor je het weet zijn die lieve lammetjes weer prooi, kinderen weer binnen gehouden en jouw broekspijp aan flarden. En de nufjes van de PC Hooftstraat moeten goed beseffen dat hun chiwawa voor broer wolf niet meer is dan een ‘eenhapscracker’.

Een van de allergriezeligste sprookjes van vroeger ging over een boze wolf. Hij vrat grootmoeder op en de oude vrouw werd op het nippertje gered door toevallig passerende jager.
Ik kreeg dat sprookje voor het slapen-gaan te horen en lag daar wakker van. Wolf Midas in de Donald Duck droeg daar ook een steentje aan bij.

En dan nu de terugkeer van die enge beesten!
Ik hoop oprecht dat het aantal jagers sterk zal toenemen. Dan is er altijd een in de buurt.  Dat verlost mij van angsten. En oma kan nog een paar jaar mee.

woensdag 22 februari 2017

De kiezer als scheet in een politiek vergiet


Langzaam maar zeker krijg ik een afkeer van verkiezingen. Geen zorgen, ik zal tot het einde der dagen mijn stem uitbrengen. Ik behoor nog tot de generatie die de echte zegeningen van de democratie met de paplepel kreeg ingegoten.

Ik ben geboren in 1946. Mijn eerste schimmige herinneringen aan verkiezingen stammen uit 1952. De tweede wereldoorlog lag de ouders nog vers in het geheugen. Hoe je ook dacht, links of rechts, er werd zij-aan-zij gestreden tegen de bezetter die de ouders hun democratie had ontnomen.
De oorlog was nog niet voorbij of iedereen dook weer in zijn politieke of confessionele hokje.

In de Planetenstraat, waar ik in Hilversum woonde, verschenen in de verkiezingstijd van 1952 enorme borden op stevige palen in de voortuinen. In de tuin van mijn ouders was dat een groot portret van Drees. In andere tuinen werd de voorliefde voor KVP, AR, VVD, CHU niet onder stoelen of banken gestoken. Een bont spektakel.


Ik speelde regelmatig met mijn vriendje Bert bij ons thuis en op straat. Als kind van ‘de roden’ was ik niet welkom in het huis met een AR-poster.
Zo ging dat.

Onze ouders, en de generatie daarna, brachten veelal hun stem uit op een ‘club’ die aansloot op hun overtuiging; sociaal, economisch of confessioneel. Je kan ook zeggen: voor werkenden, beter gesitueerden en gelovigen. Er waren soms grote meningsverschillen en de gemoederen raakten verhit. Maar de verschillen waren te overzien en bleven overbrugbaar. De democratie zegevierde en ‘boer Koekoek’ en Janmaat vormden randverschijnselen. Er waren weinig zwevende keizers. De recente geschiedenis niet vergetend, was bijna iedereen blij met internationale samenwerking en eenwording. Dictatuur was ver weg.

Maar wat is het nu anders dan ‘toen’!

De zegeningen van deze tijd brengen ons elke scheet van politici (en mensen die dat willen worden) via de media in beeld en geluid. Hoe aparter het geluid, hoe meer lezers of kijkers. Populisten ontwaken en kwaken als giftige padden in de Hofvijver. Het wemelt van de versplinteraars. De reguliere  media leggen het af tegen internet. Daar kan je vrijblijvend lasteren en beschadigend ‘nepnieuws’ verspreiden. Het nationalisme steekt weer de kop op. ‘Nederland’ en ‘ik’ eerst.

Techniek, economie, de vlucht voor oorlogen; het politieke landschap is veel complexer geworden. Ik respecteer iedereen met daarin een eigen onderbouwde mening; welke dan ook.  Zelf snak ik naar een ’club’ met deskundigen die hun deskundigheid met een herkenbare visie inzetten om na vier jaar op resultaat afgerekend te worden. Het komt goed, maar daar moet ik tegenwoordig wat langer naar zoeken.


Noem mij maar een ‘zwevende kiezer’; zoekend, als een scheet in een politiek vergiet. Ik weet nog niet welk gaatje ik moet kiezen.