woensdag 22 februari 2017

De kiezer als scheet in een politiek vergiet


Langzaam maar zeker krijg ik een afkeer van verkiezingen. Geen zorgen, ik zal tot het einde der dagen mijn stem uitbrengen. Ik behoor nog tot de generatie die de echte zegeningen van de democratie met de paplepel kreeg ingegoten.

Ik ben geboren in 1946. Mijn eerste schimmige herinneringen aan verkiezingen stammen uit 1952. De tweede wereldoorlog lag de ouders nog vers in het geheugen. Hoe je ook dacht, links of rechts, er werd zij-aan-zij gestreden tegen de bezetter die de ouders hun democratie had ontnomen.
De oorlog was nog niet voorbij of iedereen dook weer in zijn politieke of confessionele hokje.

In de Planetenstraat, waar ik in Hilversum woonde, verschenen in de verkiezingstijd van 1952 enorme borden op stevige palen in de voortuinen. In de tuin van mijn ouders was dat een groot portret van Drees. In andere tuinen werd de voorliefde voor KVP, AR, VVD, CHU niet onder stoelen of banken gestoken. Een bont spektakel.


Ik speelde regelmatig met mijn vriendje Bert bij ons thuis en op straat. Als kind van ‘de roden’ was ik niet welkom in het huis met een AR-poster.
Zo ging dat.

Onze ouders, en de generatie daarna, brachten veelal hun stem uit op een ‘club’ die aansloot op hun overtuiging; sociaal, economisch of confessioneel. Je kan ook zeggen: voor werkenden, beter gesitueerden en gelovigen. Er waren soms grote meningsverschillen en de gemoederen raakten verhit. Maar de verschillen waren te overzien en bleven overbrugbaar. De democratie zegevierde en ‘boer Koekoek’ en Janmaat vormden randverschijnselen. Er waren weinig zwevende keizers. De recente geschiedenis niet vergetend, was bijna iedereen blij met internationale samenwerking en eenwording. Dictatuur was ver weg.

Maar wat is het nu anders dan ‘toen’!

De zegeningen van deze tijd brengen ons elke scheet van politici (en mensen die dat willen worden) via de media in beeld en geluid. Hoe aparter het geluid, hoe meer lezers of kijkers. Populisten ontwaken en kwaken als giftige padden in de Hofvijver. Het wemelt van de versplinteraars. De reguliere  media leggen het af tegen internet. Daar kan je vrijblijvend lasteren en beschadigend ‘nepnieuws’ verspreiden. Het nationalisme steekt weer de kop op. ‘Nederland’ en ‘ik’ eerst.

Techniek, economie, de vlucht voor oorlogen; het politieke landschap is veel complexer geworden. Ik respecteer iedereen met daarin een eigen onderbouwde mening; welke dan ook.  Zelf snak ik naar een ’club’ met deskundigen die hun deskundigheid met een herkenbare visie inzetten om na vier jaar op resultaat afgerekend te worden. Het komt goed, maar daar moet ik tegenwoordig wat langer naar zoeken.


Noem mij maar een ‘zwevende kiezer’; zoekend, als een scheet in een politiek vergiet. Ik weet nog niet welk gaatje ik moet kiezen.

maandag 13 februari 2017

De bontmuts van Kees



Velen van ons zullen zich de twee beslissende ritten op de tien kilometer tijdens de wereldkampioenschappen schaatsen in Zuid-Korea nog lang herinneren.
Sven Kramer en Jorrits Bergsma schotelden ons op zondag 12 februari 2017 een tot te laatste ronde bloedstollend gevecht voor.
Kramer won en de achtste gouden medaille van de WK was een feit. De Nederlandse suprematie was weer groot. Zelfs grote talenten uit andere landen kwamen niet in de buurt van het goud.

Schaatsen is uitgegroeid tot een sport waarin wetenschap, techniek en tomeloze geprogrammeerde inzet aan de resultaten ten grondslag liggen.
Coach Jac Orie is de wetenschapper pur sang. Schaatsontwerp en aerodynamische pakken zijn het mede bepalend. IJsmeesters toveren het beste ijs in hun hallen. De beheersers van luchtkwaliteit weten zelfs een windje in de rug te produceren.
De tien kilometer werd nu gereden in de fenomenale tijd van 12.38,39. Rondetijden lagen zelf onder de dertig seconden.
Het Wilhelmus klonk voor een halve man en een paardenkop.

Dat was het moment dat ik ineens dacht aan Kees Verkerk, die met de bontmuts van zijn overleden moeder op het podium ovationeel werd toegejuicht door een grote en uitzinnige menigte. De meest legendarische rit, gezien op een zwart-wit tv, is voor velen nog steeds de verbetering van het wereldrecord door ‘Keessie’ in Inzell. De tijd, 15.03,6 was er een die ‘nooit verbeterd kon worden’.

In gedachten zag ik ook weer de beelden van Henk v.d. Grift die in 1961 in Göteborg de eerste Nederlandse wereldkampioen sinds 1905 was. Hij reed de tien kilometer in 16.53,6
Ard en ' Keessie' hadden tegenstand; van Noren, Zweden, Finnen en Russen. Ik herinner mij de volledig gevulde stadions: Ullevi, Bislet, Deventer, Moskou en de natuurijsbaan Kisapuisto in Lahti (Finland). Op die laatste baan werd bij -30 graden nog geschaatst. De wedstrijden van toen gingen door bij kou, wind, regen en sneeuw.
We leefden als publiek veel meer naar de wedstrijden toe dan tegenwoordig. De deelnemers waren helden en die Noren, Zweden, Russen; ze maakten ons het schaatsleven behoorlijk zuur.

Ieder die deze tijd heeft meegemaakt zal, met weemoed, terugdenken aan de schaatsjaren ’60 en ’70. De ijsgladde shows van nu, zijn spannend en mooi, maar ontdaan van alle heroïek.
Wie daarnaar terugverlangt, heeft nog als enige hoop een winter met een Elfstedentocht; bar met sneeuwstorm en zeemlappen voor de edele delen. Met een grootse aankomst van schimmen met ijspegels op de Bonkevaart.
Ik wacht hier al jaren op, want het is een mooie gelegenheid om mijn oude bontmuts weer eens op te zetten.

Het was bontmuts van mijn schoonvader en lijkt op de muts van Kees.