Velen van ons
zullen zich de twee beslissende ritten op de tien kilometer tijdens de
wereldkampioenschappen schaatsen in Zuid-Korea nog lang herinneren.
Sven Kramer
en Jorrits Bergsma schotelden ons op zondag 12 februari 2017 een tot te laatste
ronde bloedstollend gevecht voor.
Kramer won en
de achtste gouden medaille van de WK was een feit. De Nederlandse suprematie
was weer groot. Zelfs grote talenten uit andere landen kwamen niet in de buurt
van het goud.
Schaatsen is
uitgegroeid tot een sport waarin wetenschap, techniek en tomeloze geprogrammeerde
inzet aan de resultaten ten grondslag liggen.
Coach Jac Orie
is de wetenschapper pur sang. Schaatsontwerp en aerodynamische pakken zijn het mede
bepalend. IJsmeesters toveren het beste ijs in hun hallen. De beheersers van
luchtkwaliteit weten zelfs een windje in de rug te produceren.
De tien
kilometer werd nu gereden in de fenomenale tijd van 12.38,39. Rondetijden lagen
zelf onder de dertig seconden.
Het Wilhelmus
klonk voor een halve man en een paardenkop.
Dat was het
moment dat ik ineens dacht aan Kees Verkerk, die met de bontmuts van zijn
overleden moeder op het podium ovationeel werd toegejuicht door een grote en
uitzinnige menigte. De meest legendarische rit, gezien op een zwart-wit tv, is voor
velen nog steeds de verbetering van het wereldrecord door ‘Keessie’ in Inzell. De
tijd, 15.03,6 was er een die ‘nooit verbeterd kon worden’.
In gedachten zag
ik ook weer de beelden van Henk v.d. Grift die in 1961 in Göteborg de eerste
Nederlandse wereldkampioen sinds 1905 was. Hij reed de tien kilometer in
16.53,6
Ard en ' Keessie'
hadden tegenstand; van Noren, Zweden, Finnen en Russen. Ik herinner mij de
volledig gevulde stadions: Ullevi, Bislet, Deventer, Moskou en de natuurijsbaan
Kisapuisto in Lahti (Finland). Op die laatste baan werd bij -30
graden nog geschaatst. De wedstrijden van toen gingen door bij kou, wind, regen
en sneeuw.
We leefden als publiek veel meer naar de wedstrijden
toe dan tegenwoordig. De deelnemers waren helden en die Noren, Zweden, Russen;
ze maakten ons het schaatsleven behoorlijk zuur.
Ieder die deze tijd heeft meegemaakt zal, met weemoed,
terugdenken aan de schaatsjaren ’60 en ’70. De ijsgladde shows van nu, zijn
spannend en mooi, maar ontdaan van alle heroïek.
Wie daarnaar terugverlangt, heeft nog als enige hoop een
winter met een Elfstedentocht; bar met sneeuwstorm en zeemlappen voor de edele
delen. Met een grootse aankomst van schimmen met ijspegels op de Bonkevaart.
Ik wacht hier al jaren op, want het is een mooie
gelegenheid om mijn oude bontmuts weer eens op te zetten.
Het was bontmuts van mijn schoonvader en lijkt op de
muts van Kees.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten