zaterdag 23 februari 2019

De wasstamper



Vroeger, toen de wasjes nog wassen waren, was de maandag wasdag. Vraag me niet waarom die wasdag voor de was was, maar het was zo.
Ik herinner het mij uit het eind van de veertiger en begin van de vijftiger jaren. Alles ‘op de hand’. Je had kleine wasjes en grote wasjes. Voor mij als kind, was dat één pot nat.

De ‘pot nat’ ontstond uit water dat in een grote pan op de gasvlam kokend heet werd gemaakt. Daarna werd de inhoud in een teil met koud water en zeep gegoten. Dat was dan ‘een lekker warm sopje’. De teil werd op een tafeltje gezet en een geribbeld wasbord stond erin.

Moeder deed haar oudste schort voor en nam een boender in de hand. Stuk voor stuk belandden de wasdelen op het ribbeltjesbord om daar schoon geschrobd te worden.
Daarna gingen de lappen, onderbroeken, lakens, sokken en ouderwetse zakdoeken door de wringer. Dat was een soort pastamachine voor was. De was werd door het apparaat gedraaid en een behoorlijke hoeveelheid water werd uit de doeken gedaan.

Ik werd bij de wringer geroepen. ‘Werk aan de winkel’. Met zo’n doek of laken tussen de rollen was dat voor een kind nauwelijks te doen. Ik had er dan ook een bloedhekel aan. Daarna moest ik ook nog vanuit een mand de wasstukken pakken en aan moeder geven. Dan hoefde ze niet te bukken. Ze hing alles sapperdeflap met wasknijpers aan de waslijn in de achtertuin.

Huis aan huis gebeurde hetzelfde; hoogstens verschillend door de aan de was toegevoegde luiers of kleine luiertjes. Die laatste lapjes gaven mij reden te vragen : ‘wat zijn voor lapjes daar bij de buren, mama?’
Dat zijn grote washandjes, jongen’.
Enige tijd na het op de markt komen van NEFA-maandverband, verdwenen die ‘grote washandjes’ van de lijnen.

Ik denk dat het hele wasproces in 90% van de huishouden op de door mij beschreven wijze werd uitgevoerd. Alleen de wat meer gefortuneerden besteedden de was uit of hadden een eerste vorm van een stalen bak met elektrisch aangedreven schoep.
Dat was niet voor ons weggelegd. Een eerste vorm van mechanisatie die huisvrouwenhanden uit het sop konden houden, kwam in 1952

Er werd iets langs uitgepakt. Ik kon het niet thuisbrengen, maar al snel stond een steel met een soort stalen UFO aan de onderkant, in de teil met was. Er ontspon zich een stampproces dat mij deed denken aan stamppot maken in een gaarkeuken.
‘Het wordt écht schoon’, juichte mijn moeder. Voor mij werd het een dag des oordeels, want ik werd benoemd tot bediener van de wasstamper. Als ik thuis was op wasdag, dan was ik de sigaar; om maar geen erger woord te gebruiken.
Zo’n wasstamper ging helaas jaren mee.

Aan een ieder die op wasdag in de eenentwintigste eeuw de luxe wasmachines en droogautomaten moet vullen en legen en daar nog over klaagt, draag ik dit artikel op.
Voor jullie is bij Vindingrijk te Breda nog een vintage wasstamper te koop.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten